De
vroegste gegevens over de familie Verseput, die zijn gevonden, dateren uit eind
zestiende en begin zeventiende eeuw. Rond het jaar 1600 leefde er een familie
Verseput in het dorpje Kerkwerve op Schouwen-Duiveland. Er zijn gegevens over
Pieter Cornelisse Verseput, geboren te Kerkwerve vóór 1599, die op maandag 18
januari 1616 in Noordgouwe voor de kerk trouwt met Geertgen Jans, eveneens
geboren in Kerkwerve. Verder zijn er gegevens over ene Jan Cornelisse Verseput
en ene Willem Cornelisse Verseput.
Deze familie hield zich voornamelijk bezig met landbouw en veeteelt. Aan het
eind van de achttiende eeuw kocht er ene Pieter Verseput een hofstede in
Noordwelle en boerde daar op. Hij was evenwel niet gezond en in het begin van de
negentiende eeuw was er ook een crises in de landbouw. Pieter overleed in 1838
en zijn weduwe moest de boerderij verkopen.
Hun zoon, Cornelis Pieter, was een flinke vent die van aanpakken wist. Hij ging
naar Zonnemaire als boerenknecht en werd later pachter van een boerderij waarvan
de schuur midden op het dorp stond. Hij woonde o.a. in het huis aan de Oostweg
tegenover Dorpzicht en later in het huis Breedveld 1, het huis op de hoek.
Zijn zoon Johannes kocht later de boerderij die Cornelis had gepacht. Johannes
trouwde met Pieternella Hocke Hoogenboom en ging met haar op de 'Grote Hofstede'
aan de Bermweg wonen, tegenover Verhulst.
Johannes had een zoon en twee dochters. De zoon was Jaap (Jacob Johannes)
Verseput, die trouwde met Marie Geluk uit Schuddebeurs en ging in 1923 met haar
op de hofstede Huize Wageningen wonen. Tot die tijd woonde daar zijn oom
Cornelis Blom, die met een zuster van Johannes was getrouwd, maar Cornelis ging
rentenieren en vertrok naar het huis Zuidweg 1, Dorpzicht.
Vóór Blom had de familie Köhler op de hofstede Huize Wageningen gewoond. Deze
familie bouwde een nieuw huis met materialen die afkomstig waren van de afbraak
van een kasteeltje in Gelderland bij
Wageningen. Vandaar de naam. De familie Köhler kon het echter niet bolwerken.
Dat kwam misschien ook wel doordat er ook aan het eind van de negentiende eeuw
een crises was in de landbouw. Deze ontstond doordat de markt voor het
winstgevende gewas meekrap volledig instortte tengevolge van de opkomst van
chemische (aniline) kleurstoffen. De hofstede werd verkocht aan een familie
Moolenburgh en Blom pachtte de hofstede, evenals later Jaap Verseput.
Jaap en Marie Verseput kregen één zoon, Johannes Piet. Die werd geen boer maar
studeerde in Delft en ging bij de Shell werken. In de oorlog werd heel
Schouwen-Duiveland onder water gezet door de Duitsers om landingen van de
geallieerden moeilijk te maken. Ook Wageningen kwam onder water en de bewoners
woonden tijdelijk bij de familie Vriezendorp op Slot Moermond.
In 1953 deed zich de ramp voor van de watersnood. Een groot deel van
Schouwen-Duiveland kwam opnieuw onder water te staan, maar de polder
Nieuw-Bommenede, waar Huize Wageningen in ligt, bleef gespaard. In de
periode na de ramp werd een grote herverkaveling uitgevoerd en werd de
infrastructuur van het eiland ingrijpend gewijzigd.
Toen Jaap en Marie Verseput waren overleden (Jaap als laatste in 1962) behield
Johannes Piet de hofstede en bestuurde die op afstand met de hulp van een
bedrijfsleider. Het bleek dat het woonhuis ernstige schade had opgelopen van het
zoute water gedurende de inundatie in de oorlog. Daarom is het oude huis
afgebroken en is een nieuw moderner huis op dezelfde plaats gebouwd. Ook de
schuur is door de pachtheer vernieuwd, in nauw overleg met de pachter. Johannes
Piet is getrouwd met Maddy Verseput en zij hebben drie zonen. De oudste zoon
Jaap (Jacob Johannes) had als
ideaal om boer te worden en studeerde aan de HLS in Groningen. Na zijn studie en
toen de bedrijfsleider van zijn vader een andere baan kon krijgen, nam hij de
boerderij over in 1980.